Praktijk Kraak

Stotteren

Ga direct naar

WAT IS STOTTEREN?

Stotteren is een in aanleg aanwezige stoornis in de coördinatie van de spraakbewegingen.  Klanken of lettergrepen worden onwillekeurig herhaald of verlengd. Naast zichtbare en hoorbare symptomen, zijn er ook verborgen symptomen. Vermijden van situaties, bepaalde woorden of klanken omzeilen, gebrek aan zelfvertrouwen en angst om te spreken zijn hier voorbeelden van.

Onze praktijk is gespecialiseerd in stottertherapie. Eeuwkje Kraak heeft de post-hbo-opleiding tot stottertherapeut van de NVST gevolgd.  Een belangrijk onderdeel van de therapie is diagnostisch onderzoek.  Bij het stotteronderzoek worden alle factoren die van invloed zijn op het stotteren betrokken. Hierbij kunt u denken aan de emotionele en sociale impact van het stotteren, maar ook aan eventuele bijkomende spraak-/taalstoornissen. Onze praktijk biedt, bij voldoende aanmelding, naast individuele therapie ook groepstherapie aan. De behandeling is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, zoals beschreven in de Richtlijn Stotteren (richtlijn). Voor meer informatie over stotteren en stottertherapie zie www.stottercentrumfriesland.nl.

BRODDELEN EN STOTTEREN

Broddelen is, evenals stotteren, een vloeiendheidsstoornis in het spreken.
Bij stotteren zijn er onvrijwillige onderbrekingen in de vloeiendheid van de spraak. Personen die stotteren hebben vaak een gevoel van controleverlies. Bij broddelen is er sprake van snel en onverstaanbaar spreken. De planning van de spraak- en taalactiviteiten in de hersenen is verstoord. Deze verstoring treedt op als degene te snel spreekt, een belangrijk kenmerk van broddelen. De broddelende spreker heeft dit op het moment dat hij zijn woorden uitspreekt meestal niet door. Broddelen en stotteren komen in de praktijk vaak in mengvorm voor; vaker dan zuiver broddelen of zuiver stotteren.

Kenmerken
Het belangrijkste kenmerk van broddelen is, zoals genoemd, een te hoog of wisselend spreektempo.
Hierdoor kan er sprake zijn van:
– veel normale onvloeiendheden (zoals zinnen halverwege veranderen, woorden tussenvoegen, woord- of zinsdeelherhalingen);
– fouten in de woordstructuur (zoals lettergrepen verwisselen of woorden in elkaar schuiven, bijvoorbeeld ‘graasvohnies’ in plaats van ‘gratis en voor niets’);
– onjuiste spreekpauzes (te veel, te weinig of op onlogische plaatsen);
– onlogische zinsmelodie;
– moeite met het nemen van de beurt in de communicatie;
– onvoldoende rekening houden met de voorkennis of informatiebehoefte van de luisteraar.

Hier kunt u meer informatie vinden over broddelen.

Menu